antwoord 18
Beschouw de volgende twee stellingen. Welke uitspraak is correct?
(1) Sampling verwijst naar de frequentie waarmee de amplitude van een geluidsgolf wordt gemeten. Deze amplitude kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. In de praktijk ligt deze frequentie typisch rond 44 duizend metingen per seconde.
(2) Een standaard audio-CD gebruikt geen compressie. Toch gaat een deel van de informatie van de geluidsgolf verloren, omdat elke sample wordt opgeslagen met slechts een beperkt aantal bits per sample.
A) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct
B) Enkel stelling (1) is correct
C) Enkel stelling (2) is correct
D) Beide stellingen zijn niet correct
vraag 18
Beschouw de volgende twee stellingen. Welke uitspraak is correct?
(1) Sampling verwijst naar de frequentie waarmee de amplitude van een geluidsgolf wordt gemeten. Deze amplitude kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. In de praktijk ligt deze frequentie typisch rond 44 duizend metingen per seconde.
(2) Een standaard audio-CD gebruikt geen compressie. Toch gaat een deel van de informatie van de geluidsgolf verloren, omdat elke sample wordt opgeslagen met slechts een beperkt aantal bits per sample.
A) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct
B) Enkel stelling (1) is correct
C) Enkel stelling (2) is correct
D) Beide stellingen zijn niet correct
antwoord 18
Beschouw de volgende twee stellingen. Welke uitspraak is correct?
(1) Sampling verwijst naar de frequentie waarmee de amplitude van een geluidsgolf wordt gemeten. Deze amplitude kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. In de praktijk ligt deze frequentie typisch rond 44 duizend metingen per seconde.
(2) Een standaard audio-CD gebruikt geen compressie. Toch gaat een deel van de informatie van de geluidsgolf verloren, omdat elke sample wordt opgeslagen met slechts een beperkt aantal bits per sample.
A) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct
B) Enkel stelling (1) is correct
C) Enkel stelling (2) is correct
D) Beide stellingen zijn niet correct
vraag 18
Beschouw de volgende twee stellingen. Welke uitspraak is correct?
(1) Sampling verwijst naar de frequentie waarmee de amplitude van een geluidsgolf wordt gemeten. Deze amplitude kan zowel positieve als negatieve waarden aannemen. In de praktijk ligt deze frequentie typisch rond 44 duizend metingen per seconde.
(2) Een standaard audio-CD gebruikt geen compressie. Toch gaat een deel van de informatie van de geluidsgolf verloren, omdat elke sample wordt opgeslagen met slechts een beperkt aantal bits per sample.
A) Zowel stelling (1) en (2) zijn correct
B) Enkel stelling (1) is correct
C) Enkel stelling (2) is correct
D) Beide stellingen zijn niet correct