antwoord 18
Duid aan welke uitspraak juist is over de Wet van Baumol
A) Ze verklaart waarom de overheid sneller groeit dan het BBP, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
B) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, door eigenschappen van het aanbod van overheidsdiensten.
D) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
vraag 18
Duid aan welke uitspraak juist is over de Wet van Baumol
A) Ze verklaart waarom de overheid sneller groeit dan het BBP, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
B) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, door eigenschappen van het aanbod van overheidsdiensten.
C) Ze verklaart de sterkere groei van de overheid ten opzichte van het BBP, door kenmerken van het aanbod van overheidsdiensten.
D) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
antwoord 18
Duid aan welke uitspraak juist is over de Wet van Baumol
A) Ze verklaart waarom de overheid sneller groeit dan het BBP, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
B) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, door eigenschappen van het aanbod van overheidsdiensten.
D) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
vraag 18
Duid aan welke uitspraak juist is over de Wet van Baumol
A) Ze verklaart waarom de overheid sneller groeit dan het BBP, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.
B) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, door eigenschappen van het aanbod van overheidsdiensten.
C) Ze verklaart de sterkere groei van de overheid ten opzichte van het BBP, door kenmerken van het aanbod van overheidsdiensten.
D) Ze geeft een verklaring voor een te grote overheid, op basis van kenmerken van de vraag naar overheidsdiensten.