antwoord 23
Duid aan wat fout is:
A) Als de overheid G verhoogt, treedt crowding out op.
B) Als ambtenaren hun eigen doelstellingen nastreven, kan zich overheidsfaling voordoen. De overheid kan dan meer uitgeven dan maatschappelijk optimaal.
C) Inflatiebestrijding kan het best gebeuren door middel van een restrictief monetair beleid.
D) Wanneer er milieuvervuiling optreedt, spreken we van een externaliteit, de maatschappelijke kosten van het productieproces zijn dan hoger dan de private kosten.
vraag 23
Duid aan wat fout is:
A) Als de overheid G verhoogt, treedt crowding out op.
B) Als ambtenaren hun eigen doelstellingen nastreven, kan zich overheidsfaling voordoen. De overheid kan dan meer uitgeven dan maatschappelijk optimaal.
C) Inflatiebestrijding kan het best gebeuren door middel van een restrictief monetair beleid.
D) Wanneer er milieuvervuiling optreedt, spreken we van een externaliteit, de maatschappelijke kosten van het productieproces zijn dan hoger dan de private kosten.
antwoord 23
Duid aan wat fout is:
A) Als de overheid G verhoogt, treedt crowding out op.
B) Als ambtenaren hun eigen doelstellingen nastreven, kan zich overheidsfaling voordoen. De overheid kan dan meer uitgeven dan maatschappelijk optimaal.
C) Inflatiebestrijding kan het best gebeuren door middel van een restrictief monetair beleid.
D) Wanneer er milieuvervuiling optreedt, spreken we van een externaliteit, de maatschappelijke kosten van het productieproces zijn dan hoger dan de private kosten.
vraag 23
Duid aan wat fout is:
A) Als de overheid G verhoogt, treedt crowding out op.
B) Als ambtenaren hun eigen doelstellingen nastreven, kan zich overheidsfaling voordoen. De overheid kan dan meer uitgeven dan maatschappelijk optimaal.
C) Inflatiebestrijding kan het best gebeuren door middel van een restrictief monetair beleid.
D) Wanneer er milieuvervuiling optreedt, spreken we van een externaliteit, de maatschappelijke kosten van het productieproces zijn dan hoger dan de private kosten.