stelling 19

“Het kanshistogram van een binomiale stochastische variabele met p = 0,25 is scheef met een lange staart aan de rechterzijde. (want p <0,5)”

A) waar

B) onwaar

stelling 19

“Het kanshistogram van een binomiale stochastische variabele met p = 0,25 is scheef met een lange staart aan de rechterzijde. (want p <0,5)”

A) waar

B) onwaar

stelling 19

“Het kanshistogram van een binomiale stochastische variabele met p = 0,25 is scheef met een lange staart aan de rechterzijde. (want p <0,5)”

A) waar

B) onwaar

stelling 19

“Het kanshistogram van een binomiale stochastische variabele met p = 0,25 is scheef met een lange staart aan de rechterzijde. (want p <0,5)”

A) waar

B) onwaar