stelling 24
Als in een normaliteitsplot evenveel punten onder als boven de diagonaal liggen dan is de gevensverdeling normaal verdeeld
A) waar
stelling 24
Als in een normaliteitsplot evenveel punten onder als boven de diagonaal liggen dan is de gevensverdeling normaal verdeeld
A) waar
B) onwaar
stelling 24
Als in een normaliteitsplot evenveel punten onder als boven de diagonaal liggen dan is de gevensverdeling normaal verdeeld
A) waar
stelling 24
Als in een normaliteitsplot evenveel punten onder als boven de diagonaal liggen dan is de gevensverdeling normaal verdeeld
A) waar
B) onwaar
stelling 1
stelling 5
stelling 9
stelling 13
stelling 18
stelling 22
stelling 26
stelling 30
stelling 34
stelling 38
stelling 42
stelling 2
stelling 6
stelling 10
stelling 15
stelling 19
stelling 23
stelling 27
stelling 31
stelling 35
stelling 39
stelling 43