stelling 38

Het steekproefgemiddelde is een zuivere schatter van het populatiegemiddelde, omdat er steekproeven bestaan waarbij het steekproefgemiddelde gelijk is aan het populatiegemiddelde.

A) waar

B) onwaar

stelling 38

Het steekproefgemiddelde is een zuivere schatter van het populatiegemiddelde, omdat er steekproeven bestaan waarbij het steekproefgemiddelde gelijk is aan het populatiegemiddelde.

A) waar

B) onwaar

stelling 38

Het steekproefgemiddelde is een zuivere schatter van het populatiegemiddelde, omdat er steekproeven bestaan waarbij het steekproefgemiddelde gelijk is aan het populatiegemiddelde.

A) waar

B) onwaar

stelling 38

Het steekproefgemiddelde is een zuivere schatter van het populatiegemiddelde, omdat er steekproeven bestaan waarbij het steekproefgemiddelde gelijk is aan het populatiegemiddelde.

A) waar

B) onwaar