stelling 21

Het steekproefgemiddelde is bij benadering normaal verdeeld als n ≥ 30, ook al is de populatieverdeling erg scheef

A) waar

B) onwaar

stelling 21

Het steekproefgemiddelde is bij benadering normaal verdeeld als n ≥ 30, ook al is de populatieverdeling erg scheef

A) waar

B) onwaar

stelling 21

Het steekproefgemiddelde is bij benadering normaal verdeeld als n ≥ 30, ook al is de populatieverdeling erg scheef

A) waar

B) onwaar

stelling 21

Het steekproefgemiddelde is bij benadering normaal verdeeld als n ≥ 30, ook al is de populatieverdeling erg scheef

A) waar

B) onwaar