antwoord 35

Veronderstel een model met constant prijspeil en zonder monetaire sfeer? De multiplicator van de overheidsbestedingen is het kleinst wanneer

A) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote laag is

B) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote hoog is

C) De aanslagvoet van de belastingen hoog en de marginale consumptiequote hoog is

D) De aanslagvoet van de belastingen HOOG en de marginale consumptiequote laag is

vraag 35

Veronderstel een model met constant prijspeil en zonder monetaire sfeer? De multiplicator van de overheidsbestedingen is het kleinst wanneer

A) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote laag is

B) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote hoog is

C) De aanslagvoet van de belastingen hoog en de marginale consumptiequote hoog is

D) De aanslagvoet van de belastingen HOOG en de marginale consumptiequote laag is

antwoord 35

Veronderstel een model met constant prijspeil en zonder monetaire sfeer? De multiplicator van de overheidsbestedingen is het kleinst wanneer

A) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote laag is

B) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote hoog is

C) De aanslagvoet van de belastingen hoog en de marginale consumptiequote hoog is

D) De aanslagvoet van de belastingen HOOG en de marginale consumptiequote laag is

vraag 35

Veronderstel een model met constant prijspeil en zonder monetaire sfeer? De multiplicator van de overheidsbestedingen is het kleinst wanneer

A) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote laag is

B) De aanslagvoet van de belastingen laag en de marginale consumptiequote hoog is

C) De aanslagvoet van de belastingen hoog en de marginale consumptiequote hoog is

D) De aanslagvoet van de belastingen HOOG en de marginale consumptiequote laag is