antwoord 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
vraag 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
D) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
antwoord 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
vraag 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
D) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met de omloopsnelheid