antwoord 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
vraag 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
D) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
antwoord 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
vraag 9
De klassieke kwantiteitswet stelt dat de waarde van het totaal aantal verhandelde goederen gelijk is aan:
A) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met het prijspeil
B) De geldbasis vermenigvuldigt met het prijspeil
C) De geldbasis vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
D) De geldhoeveelheid vermenigvuldigt met de omloopsnelheid
vraag 1
vraag 5
vraag 9
vraag 13
vraag 17
vraag 21
vraag 25
vraag 29
vraag 33
vraag 37
vraag 41
vraag 45
vraag 49
vraag 2
vraag 6
vraag 10
vraag 14
vraag 18
vraag 22
vraag 26
vraag 30
vraag 34
vraag 38
vraag 42
vraag 46
vraag 50