antwoord 38

Welke uitspraak is correct?

A) De werkzaamheidsgraad kan hoger zijn dan de participatiegraad.

B) Een stijging van de werkloosheidsgraad leidt altijd tot een hogere werkzaamheidsgraad.

C) Als het aantal niet-beroepsactieven stijgt, daalt de werkzaamheidsgraad altijd.

D) De werkzaamheidsgraad kan nooit hoger zijn dan de participatiegraad.

vraag 38

Welke uitspraak is correct?

A) De werkzaamheidsgraad kan hoger zijn dan de participatiegraad.

B) Een stijging van de werkloosheidsgraad leidt altijd tot een hogere werkzaamheidsgraad.

C) Als het aantal niet-beroepsactieven stijgt, daalt de werkzaamheidsgraad altijd.

D) De werkzaamheidsgraad kan nooit hoger zijn dan de participatiegraad.

antwoord 38

Welke uitspraak is correct?

A) De werkzaamheidsgraad kan hoger zijn dan de participatiegraad.

B) Een stijging van de werkloosheidsgraad leidt altijd tot een hogere werkzaamheidsgraad.

C) Als het aantal niet-beroepsactieven stijgt, daalt de werkzaamheidsgraad altijd.

D) De werkzaamheidsgraad kan nooit hoger zijn dan de participatiegraad.

vraag 38

Welke uitspraak is correct?

A) De werkzaamheidsgraad kan hoger zijn dan de participatiegraad.

B) Een stijging van de werkloosheidsgraad leidt altijd tot een hogere werkzaamheidsgraad.

C) Als het aantal niet-beroepsactieven stijgt, daalt de werkzaamheidsgraad altijd.

D) De werkzaamheidsgraad kan nooit hoger zijn dan de participatiegraad.