antwoord 1

Kies de correcte stelling

A) Bekrachtiging is de handeling die de Koning stelt in zijn hoedanigheid van lid van de wetgevende macht.

B) Een wet wordt bindend zodra de Koning haar heeft bekrachtigd.

C) De afdeling Wetgeving van de Raad van State mag uitsluitend advies geven over wetten in formele zin.

D) Bekrachtiging is de handeling die de Koning verricht als onderdeel van de uitvoerende macht. 

vraag 1

Kies de correcte stelling

A) Bekrachtiging is de handeling die de Koning stelt in zijn hoedanigheid van lid van de wetgevende macht.

B) Een wet wordt bindend zodra de Koning haar heeft bekrachtigd.

C) De afdeling Wetgeving van de Raad van State mag uitsluitend advies geven over wetten in formele zin.

D) Bekrachtiging is de handeling die de Koning verricht als onderdeel van de uitvoerende macht. 

antwoord 1

Kies de correcte stelling

A) Bekrachtiging is de handeling die de Koning stelt in zijn hoedanigheid van lid van de wetgevende macht.

B) Een wet wordt bindend zodra de Koning haar heeft bekrachtigd.

C) De afdeling Wetgeving van de Raad van State mag uitsluitend advies geven over wetten in formele zin.

D) Bekrachtiging is de handeling die de Koning verricht als onderdeel van de uitvoerende macht. 

vraag 1

Kies de correcte stelling

A) Bekrachtiging is de handeling die de Koning stelt in zijn hoedanigheid van lid van de wetgevende macht.

B) Een wet wordt bindend zodra de Koning haar heeft bekrachtigd.

C) De afdeling Wetgeving van de Raad van State mag uitsluitend advies geven over wetten in formele zin.

D) Bekrachtiging is de handeling die de Koning verricht als onderdeel van de uitvoerende macht.