antwoord 21
Duid de juiste stelling aan
B) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen voor stemt.
C) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is.
D) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is en dat in elke taalgroep een meerderheid voor stemt en dat twee derde van alle uitgebrachte stemmen samen positief is.
vraag 21
Duid de juiste stelling aan
A) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer nodig dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen een ja-stem is.
B) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen voor stemt.
C) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is.
D) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is en dat in elke taalgroep een meerderheid voor stemt en dat twee derde van alle uitgebrachte stemmen samen positief is.
antwoord 21
Duid de juiste stelling aan
B) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen voor stemt.
C) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is.
D) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is en dat in elke taalgroep een meerderheid voor stemt en dat twee derde van alle uitgebrachte stemmen samen positief is.
vraag 21
Duid de juiste stelling aan
A) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer nodig dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen een ja-stem is.
B) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat minstens twee derde van de leden aanwezig is en dat twee derde van de uitgebrachte stemmen voor stemt.
C) Voor de herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is.
D) Voor een verklaring tot herziening van een grondwetsbepaling is in de Kamer vereist dat de meerderheid van elke taalgroep aanwezig is en dat in elke taalgroep een meerderheid voor stemt en dat twee derde van alle uitgebrachte stemmen samen positief is.