antwoord 14
Duid de juiste stelling aan
A) Personen- en familierecht behoort tot het privaatrecht.
B) Het strafrecht maakt deel uit van het privaatrecht.
C) De regels inzake stedenbouw maken deel uit van het verbintenissenrecht.
D) Strafrechtspleging behoort tot het materiële recht.
vraag 14
Duid de juiste stelling aan
A) Personen- en familierecht behoort tot het privaatrecht.
B) Het strafrecht maakt deel uit van het privaatrecht.
C) De regels inzake stedenbouw maken deel uit van het verbintenissenrecht.
D) Strafrechtspleging behoort tot het materiële recht.
antwoord 14
Duid de juiste stelling aan
A) Personen- en familierecht behoort tot het privaatrecht.
B) Het strafrecht maakt deel uit van het privaatrecht.
C) De regels inzake stedenbouw maken deel uit van het verbintenissenrecht.
D) Strafrechtspleging behoort tot het materiële recht.
vraag 14
Duid de juiste stelling aan
A) Personen- en familierecht behoort tot het privaatrecht.
B) Het strafrecht maakt deel uit van het privaatrecht.
C) De regels inzake stedenbouw maken deel uit van het verbintenissenrecht.
D) Strafrechtspleging behoort tot het materiële recht.