antwoord 17

Duid de juiste bewering aan:

A) Roerend beslag op de rijpe vruchten van een boomgaard is in geen enkel geval mogelijk.

B) De termijn voor verkrijgende verjaring is bij onroerende goederen korter dan bij roerende goederen.

C) Het gebruik van een authentieke akte bij de overdracht van onroerend goed (zoals de verkoop van een woning) heeft enkel te maken met de "vaste datum".

D) Onder specifieke voorwaarden is het mogelijk om zaken die van nature verplaatsbaar zijn als onroerend aan te merken.

vraag 17

Duid de juiste bewering aan:

A) Roerend beslag op de rijpe vruchten van een boomgaard is in geen enkel geval mogelijk.

B) De termijn voor verkrijgende verjaring is bij onroerende goederen korter dan bij roerende goederen.

C) Het gebruik van een authentieke akte bij de overdracht van onroerend goed (zoals de verkoop van een woning) heeft enkel te maken met de "vaste datum".

D) Onder specifieke voorwaarden is het mogelijk om zaken die van nature verplaatsbaar zijn als onroerend aan te merken.

antwoord 17

Duid de juiste bewering aan:

A) Roerend beslag op de rijpe vruchten van een boomgaard is in geen enkel geval mogelijk.

B) De termijn voor verkrijgende verjaring is bij onroerende goederen korter dan bij roerende goederen.

C) Het gebruik van een authentieke akte bij de overdracht van onroerend goed (zoals de verkoop van een woning) heeft enkel te maken met de "vaste datum".

D) Onder specifieke voorwaarden is het mogelijk om zaken die van nature verplaatsbaar zijn als onroerend aan te merken.

vraag 17

Duid de juiste bewering aan:

A) Roerend beslag op de rijpe vruchten van een boomgaard is in geen enkel geval mogelijk.

B) De termijn voor verkrijgende verjaring is bij onroerende goederen korter dan bij roerende goederen.

C) Het gebruik van een authentieke akte bij de overdracht van onroerend goed (zoals de verkoop van een woning) heeft enkel te maken met de "vaste datum".

D) Onder specifieke voorwaarden is het mogelijk om zaken die van nature verplaatsbaar zijn als onroerend aan te merken.