antwoord 7

Welke stelling is correct?

A) Wanneer de termijn van verkrijgende verjaring wordt gestuit, gaat de reeds verlopen termijn niet verloren.

B) Vervaltermijnen kunnen alleen worden gestuit en nooit worden geschorst.

C) Bij schorsing van de termijn van verkrijgende verjaring blijft de al verstreken termijn behouden.

D) De termijn van bevrijdende verjaring kan niet worden geschorst. 

vraag 7

Welke stelling is correct?

A) Wanneer de termijn van verkrijgende verjaring wordt gestuit, gaat de reeds verlopen termijn niet verloren.

B) Vervaltermijnen kunnen alleen worden gestuit en nooit worden geschorst.

C) Bij schorsing van de termijn van verkrijgende verjaring blijft de al verstreken termijn behouden.

D) De termijn van bevrijdende verjaring kan niet worden geschorst. 

antwoord 7

Welke stelling is correct?

A) Wanneer de termijn van verkrijgende verjaring wordt gestuit, gaat de reeds verlopen termijn niet verloren.

B) Vervaltermijnen kunnen alleen worden gestuit en nooit worden geschorst.

C) Bij schorsing van de termijn van verkrijgende verjaring blijft de al verstreken termijn behouden.

D) De termijn van bevrijdende verjaring kan niet worden geschorst. 

vraag 7

Welke stelling is correct?

A) Wanneer de termijn van verkrijgende verjaring wordt gestuit, gaat de reeds verlopen termijn niet verloren.

B) Vervaltermijnen kunnen alleen worden gestuit en nooit worden geschorst.

C) Bij schorsing van de termijn van verkrijgende verjaring blijft de al verstreken termijn behouden.

D) De termijn van bevrijdende verjaring kan niet worden geschorst.