antwoord 13
Duid de juiste stelling aan
A) Een diefstal houdt op een misdrijf te zijn wanneer wegens verzachtende omstandigheden contraventionalisering plaatsvindt.
B) Overtredingen kunnen nooit als onrechtmatige daad worden beschouwd en hebben daarom geen burgerrechtelijke gevolgen.
C) Michel rijdt door rood. Dat vormt zowel een overtreding als een onrechtmatige daad.
D) Elke diefstal is een misdaad, omdat contraventionalisering in beginsel niet mogelijk is.
vraag 13
Duid de juiste stelling aan
A) Een diefstal houdt op een misdrijf te zijn wanneer wegens verzachtende omstandigheden contraventionalisering plaatsvindt.
B) Overtredingen kunnen nooit als onrechtmatige daad worden beschouwd en hebben daarom geen burgerrechtelijke gevolgen.
C) Michel rijdt door rood. Dat vormt zowel een overtreding als een onrechtmatige daad.
D) Elke diefstal is een misdaad, omdat contraventionalisering in beginsel niet mogelijk is.
antwoord 13
Duid de juiste stelling aan
A) Een diefstal houdt op een misdrijf te zijn wanneer wegens verzachtende omstandigheden contraventionalisering plaatsvindt.
B) Overtredingen kunnen nooit als onrechtmatige daad worden beschouwd en hebben daarom geen burgerrechtelijke gevolgen.
C) Michel rijdt door rood. Dat vormt zowel een overtreding als een onrechtmatige daad.
D) Elke diefstal is een misdaad, omdat contraventionalisering in beginsel niet mogelijk is.
vraag 13
Duid de juiste stelling aan
A) Een diefstal houdt op een misdrijf te zijn wanneer wegens verzachtende omstandigheden contraventionalisering plaatsvindt.
B) Overtredingen kunnen nooit als onrechtmatige daad worden beschouwd en hebben daarom geen burgerrechtelijke gevolgen.
C) Michel rijdt door rood. Dat vormt zowel een overtreding als een onrechtmatige daad.
D) Elke diefstal is een misdaad, omdat contraventionalisering in beginsel niet mogelijk is.