antwoord 25
Welke uitspraak is juist?
A) Roerende goederen moeten noodzakelijk zintuiglijk waarneembaar zijn.
B) Regenwater is wel een voorwerp, maar geen goed.
C) Een aandeel in een Belgische naamloze vennootschap is een onlichamelijk roerend goed.
D) Een auto die in een inpandige garage van een gezinswoning staat, is een onroerend goed door bestemming.
vraag 25
Welke uitspraak is juist?
A) Roerende goederen moeten noodzakelijk zintuiglijk waarneembaar zijn.
B) Regenwater is wel een voorwerp, maar geen goed.
C) Een aandeel in een Belgische naamloze vennootschap is een onlichamelijk roerend goed.
D) Een auto die in een inpandige garage van een gezinswoning staat, is een onroerend goed door bestemming.
antwoord 25
Welke uitspraak is juist?
A) Roerende goederen moeten noodzakelijk zintuiglijk waarneembaar zijn.
B) Regenwater is wel een voorwerp, maar geen goed.
C) Een aandeel in een Belgische naamloze vennootschap is een onlichamelijk roerend goed.
D) Een auto die in een inpandige garage van een gezinswoning staat, is een onroerend goed door bestemming.
vraag 25
Welke uitspraak is juist?
A) Roerende goederen moeten noodzakelijk zintuiglijk waarneembaar zijn.
B) Regenwater is wel een voorwerp, maar geen goed.
C) Een aandeel in een Belgische naamloze vennootschap is een onlichamelijk roerend goed.
D) Een auto die in een inpandige garage van een gezinswoning staat, is een onroerend goed door bestemming.